Een porseleinhoen bij het Molenveld
Afbeelding uit: Niels Kjërbølling: Icones ornthologiae scandinavicae, 1851-56
Mei 2005. Eigenlijk een soort die ik al had moeten hebben: het Porseleinhoen. Maar was er nooit van gekomen, om de eÈn of andere reden. Tot gisteravond, 15 mei 2005, terug van een wandeling door het Oudemolensebos. Om 't hoekje bij het fietspad rondhet Molenveld, waar het zandpad naar rechtsafbuigt richting Pieterpadbruggetje. "Wiet wiet wiet wiet" riep-ie. "Gekke kwartel" dacht ik - maar even later drong het tot me door "Porseleinhoen"! "Wiet wiet wiet wiet".
Porseleinhoen. Moerasvogel. Ken hem sinds de UZA: zeg 1974. "Phillipona heeft er eentje gehoord in het Zuid-oost hoek". Zelf: noooit gelukt. Niet bij de Knarhut: "Ze liepen onder de hut door". Niet in de Biesbos. Meerstalblok? Nooit heen gegaan. "Wiet wiet wiet wiet" - een zweepslag. Reinder: "die herken je zo".
"Waarom kijk je vogels?"
"Om niet met andere mensen te hoeven praten".
"Word je er gelukkig van?"
"Soms."
"Wanneer dan?"
"Als ik iets zie. De meeste vogels zie je niet. Ze worden bijna allemaal door andere mensen gezien.
.
Maar heel soms zie je ze wel of hoor je ze wel.
Zoals vorige maand een Rode Wouw. En vandaag een Porseleinhoen. Wiet wiet wiet wiet - meer is het niet."