Vliegende herten
Gedichten
"heeft hij bij mij asyl gezocht, de vreemdeling,
voor het vervloekte spuitgif? Vlak voor ik de ramen sluiten wilde vloog
iets luid gonzend mijn kamer binnen, stiet tegen mijn voorhoofd en viel
neer..".
Zo begint een groot gedicht
van Ida Gerhardt over het Vliegend hert -"Een grote kever, in kuras
gepantserd". Of eigenlijk gaat het gedicht niet over Vliegende
herten maar over opstaan uit de dood, waakzaamheid, sterk blijven.
Vierhouten
In de zomer van 2002 waren we op vakantie in Vierhouten, en overal om
ons heen waren geruchten van Vliegende herten: onze buurman op de camping
had er eén gezien terwijl hij een fietspad over stak. Iemand
anders had veertien dagen voor onze komst een tweetal gezien op een
grote eik op het veld Onder de Eek. Chris van de alleenstaande ouders
had er twee gezien bij het Aardhuis. En wij zaten 's avonds voor onze
tent toen uit de eiken in de bosrand een grote kever het terrein op
vloog, luid gonzend "en hij ontweek naar andere gewesten".
Zeven jaar
Het Vliegend hert is de grootste kever van ons land: een mannetje kan een centimeter of zes lang worden. Ze leven in eikenbossen: zeven jaar als larf en als pop, twee weken als kever. Meteen na het uitvliegen zijn ze al ten dode opgeschreven. Het mannetje kan zelf geen voedsel zoeken, omdat zijn gewei hem in de weg zit. Hij is daardoor afhankelijk van ee vrouwtje dat hem voedt met het sap van eikebomen. Veertien dagen, dat houden ze nog vol. Dan moeten de eieren afgezet zijn en sterven ze.