Rond Tynaarlo
In zijn boek "Op en om de Adderhorst" schrijft prof. dr. A. van Veldhuizen (1933) over deze schoolplaat:
"- de Adderhorst - Laat mij u er even mogen heenbrengen. Het is zeer gemakkelijk te bereiken, al ligt het in het hartje van Noord-drenthe. Ge hebt maar uit te stappen aan het station Vries-Zuidlaren en binnen 1000 Meter zijt gij er reeds. Bovendien is het een plek die vrijwel iedereen in den lande kent van een algemeen gebruikte schoolplaat, naar de natuur ter plaatse gemaakt door de kunstenaar B. Bueninck. De plaat is juist nog uit het begin van deze eeuw en de schilder heeft zijn standpunt zóó weten te kiezen, dat het nieuwe hem niet opdringerig in de weg kwam. Spoor en telegraafdraden heeft hij juist achter zich gehouden en met de rug daarheen heeft hij het landschap omvat aan weerszijden van een ouden Drentschen landweg, die ruim en onvast van lijn is, het type van een heide uit dit oude schapenland. Links, vlak vooraan, ligt een der best bewaarde hunebedden van ons vaderland. Daarom heet de plaat: Heide met hunebed te Tinaarlo".
"Schilder Bueninck is precies op tijd geweest, toen hij deze plaat maakte. De eeuw, die toen inzette, heeft ontzaglijk veel totaal veranderd. Nauwelijks is hij klaar of er komen metselaars en maken een "nuver hoessien" juist op de voorgrond van zijn schilderij. Ze mogen niet verder gaan dan het paaltje op het midden, want daar begint het rijkseigendom. Maar daar precies komt het eindpunt van de haag om het erf, die nu al zo hoog is dat men op de plaats waar de schilder stond niets meer van het hunebed kan ontdekken. De mooie witte zandplek is dus weg. De heiderand links is nu de moestuin. Het zandpaadje ter linkerzijde loopt zoo in het huisje, dat tergend in zijn dak met gekleurde pannen het jaartal 1905 aangeeft. Toen is de ellende begonnen, toen is het oude ontwijd. Een hunebed moet liggen op een oneindige heidevlakte, maar kan geen burengerucht of radiogeraas hebben. Kippen, katten en honden behooren er niet bij, doch het wilde gedierte des velds."