Zeearend kijken

Zeearend Zondag 11 februari 2007. Het is nog donker als ik uit huis ga. De Zeearend van het Friesche Veen is gisteravond weer gezien. Rond kwart voor vijf kwam hij aanvliegen, ging in een boom voor de hut zitten en bleef daar een hele tijd zitten. Tientallen mensen hebben hem gezien, en ik denk: als ik vroeg ben, zie ik hem misschien vertrekken.

't Schemert als ik bij de hut aan kom. Ik hoor Smienten roepen, en Nijlganzen. De bomen aan de overkant zijn nauwelijks te onderscheiden. In eentje zit een roofvogel: een Buizerd, gok ik: een Zeearend is twee keer zo groot, en dat moet ik kunnen zien.

Maar waar zoek ik naar? Ik weet het niet. Een grote roofvogel, dat in ieder geval. Twee keer zo groot als een Buizerd. Ik moet hem kunnen herkennen denk ik, maar ik zie hem niet. "Als hij eraan komt gaat alles de lucht in" is mij verteld. Ik zie in de ochtendschmer honderden of duizenden Kokmeeuwen aanvliegen. Ganzen roepen. Een kraai schreeuwt. Maar gaa arend. Wel een Krakeend: ook een nieuwe sooort voor het jaarlijstje. En een mooie Havik. Maar geen arend. Tegen negenen ga ik weer. Die middag wordt hij weer door massa's mensen gezien...

En dus gaan we de volgende dag weer: Koen en ik. Om vier uur zijn we er, we lopen door een striemende regenbui naar de hut en als we daar zijn wordt het droog. We zijn niet de enigen. Als we aankomen zit er al een man of vier te wachten. We wachten, kletsen ("hij is nu wel wat laat" - "weet hij dan niet dat het woensdagmiddag-kindermiddag is?") en ondertussen genieten we van de beesten: Smienten, Krakeenden, Slobeenden, er zwemt een stelletje Kuifeenden vlak voor de hut langs. Om vijf uur zouden we thuis zijn, maar dan is hij nog niet geweest. Ik bel Mies. Half zes is oké - maar nog steeds geen arend. Tegen kwart voor zes zijn we thuis. Anna komt binnenwaaien. We waren haar helemaal vergeten...

Die avond komen de discussies. Of het wel kan, Auke zo lang achter de computer laten zitten ("nee"). Hoe dat nu verder moet ("weet niet"). Wanneer ik het dan wel kan doen ("heeft er niets mee te maken") - kortom: we hebben het niet goed geregeld.
Maar gezellig was het wel, met Koen in de hut.

De foto is van Guido Meeuwissen, hij is gemaakt op 7 februari 2007 vanuit de vogelkijkhut


En sommige mensen hebben altijd geluk...
Beste werkgroepleden,
Vanmorgen hebben Madeleine Grauw, Henk Mulder en mijn persoontje ganzen geteld in het Hunzedal. Na afloop hiervan hadden we even tijd om naar het uitkijkpunt in de Onnerpolder te gaan, wie weet zien we de Zeearend.
Maar het wilde niet zo vlotten, maar ineens na ruim uur, alles wat kon vliegen vloog anstig in het rond en weg, voor ons het signaal om alert te zijn en ja hoor daar kwam de kolos aan, laag over het gebied vliegend in onze richting en tot onze verbijstering ging hij dicht bij op de grond zitten. Slechts de Vos ging onverstoorbaar zijn gang, ook een paar schijnaanvallen verstoorden de Vosniet. Toen de Zeearend dicht bij de Vos op de grond ging zitten, was dat geen aanleiding voor de Vos om verschrikt te reageren.
Opvallens was dat de in de direkte omgeving aanwezige 8 Grote Zilverreigers, na een verschrikte vlieg reactie heel dicht bij elkaar gingen zitten, misschien wel onder het motto "eendracht maakt macht".

En dan te weten dat wij al diverse keren verre reizen hebben gemaakt om de Zeearend te zien, met als resultaa,t dat je de vogel eventjes ziet rondcirkelend in de lucht of in een boom op grote afstand.

Terwijl je in de direkte omgeving zo'n prachtige waarneming hebt, soms zijn we (ben ik) misschien wat te ongeduldig, vandaag hadden we een gratis voorstelling en we hoefden er geen grote afstand voor te rijden.

Morgen na afloop van de telling in het Noordlaarderbos den ik van plan om nog even kijken of de Zeearend nog een voorstelling wil geven, de kans is niet zo groot maar wie weet. Maar in het gebied zijn nog genoeg mooie andere vogels te zien.

Groeten,
Dick

En toen was het raak op 28 maart was ik hagedissen wezen tellen en dacht: laat ik toch maar even kijken. Wie weet. Bij het uitzichtpunt in de Onnerpolder. En ik kwam er, en ik zag hem vliegen: een hele grote vogel. Hij vloog over drie reeën heen, die in paniek weg vluchten. En hij was een stuk groter dan zo'n ree! vervolgens streek hij heel ver weg neer op een paaltje. Daar werd hij fel aangevallen door twee buizerds - en weer: wat is-ie dan groot! Ik zag hem door een telescoop - z'n grote dikke halfgele snavel. Een tweede jaars was het, zei de telescoop eigenaar..