Een fluiter in het bos

Drie Fluiters heb ik in mijn leven gehoord en een stuk of wat niet. Dat zijn er niet veel: ik ken mensen die er vier op een dag doen. Maar bij mij: drie.

fluiter De eerste was van Nico: dat was een ongehoorde. Moet ergens rond 1976 geweest zijn. Ik was een jaar of 15. Fluiters leven weet iedereen, in oude eiken- en beukenbossen. En ik zal het er nog maar eens inpeperen: zulke bossen had je in de Noordoostpolder niet. Daar had je toen bossen met Essen en brandnetels. Essen –taai hout, ze maken er stelen van voor spaden: echt Essenhout. Dunne, lange, bomen met smalle bladeren: wat grijzige, buigzame stammen die meeveerden met de wind, en olijfgroene bladeren. Vreemd eigenlijk: die Essenbossen heb ik daarna nooit meer zo gezien. Oude Eiken en Beukenbossen: dat kon je wel schudden. Een vooruitziende boswachter had eén stukje beukenbos geplant: achter het Hertenkamp. En daar hoorde Nico de Fluiter in. Natuurlijk ging ik ook luisteren ( de Fluiter was een ontbrekende soort op mijn lijst, en eentje die heel duidelijk een gat liet zien) maar niks daarvan.

Dan volgen er nog een paar niet gehoorde: vooral op landgoed De Oldenhof bij Vollenhove. En dan de eerste echte: ik schat in rond 1980 (Nico kent die data uit zijn hoofd) op camping De Bosrand bij Lhee tijdens een Korhoenweekendje van afdeling Sperwer op de Dwingelose hei (kun je nagaan: Korhoenders; die had je toen nog). De Fluiter zingt als een naaimachientje dat op gang moet komen is de beschrijving in het boek. En toen ik hem voor het eerst hoorde viel meteen het kwartje. De hele vroege zomerochtend zong hij vlak boven mijn tent. Nico lag in de tent ernaast te vrijen met een meisje uit Kampen. Toen ik het hem vroeg toen bevestigde hij het meteen: een Fluiter. Nummer eČn

De tweede zong op de Veluwe langs het fietspad van Gortel naar Elspeet (en dat moet ergens in 82 of 83 geweest zijn: ik was op weg naar Andy in Zeist: fietsend van Groningen naar Zeist en het moet de eerste keer zijn geweest dat ik naar Zeist fietste. Een week na de verjaardag van Annemieke in Baarn waar ik Andy voor het eerst ontmoette: dus ergens eind mei. Er waren dat jaar verkiezingen. Ze was niet thuis, en ik leende een pen bij een CDA-standje op de markt van Zeist. Vrijdagavond. Ik moet ergens hebben overnacht op de heenweg; maar ik weet niet meer waar: ik denk ergens in het Drents Friese woud in een brandgang. Ik herinner me een plekje waar ik in het donkere bos m'n tent opgezet had en een vuurtje had gestookt: alles ritselde in het donker. Geen Andy die keer: maar wel een Fluiter.

Wat ik wil zeggen is: de idee is dat als je ouder wordt je alles wat je zoekt dichterbij vindt – maar dat is natuurlijk onzin. Vanmorgen hoorde ik m'n vierde Fluiter: weer in het Asser bos.

Worden ze algemener? Het lijkt erop:

Fluiter
Datum Plaats Aantal Bijzonderheden