De Heiligen in de Kempen
Jan van Hout vertelde graag: voor de lokale radio,
voor de ouderen in het bejaardenhuis, maar ook aan zijn kinderen en
kleinkinderen. Hieronder volgt eén van zijn verhalen:
In de Kempen ging en gaat men nog uiterst vertrouwelijk om met heiligen
en van oudsher hebben ze hier ook een heel nuttige functie. De grote
gezinnen met even zo grote zo niet grotere armoe hadden behoefte aan
helpers, die als het kon niet al te duur waren en die vond men in de
hemel. Zo is bijna elk dorp hier ook een bedevaartplaats. In Hapert
wordt Donatus vereerd en aangeroepen tegen onweer en blikseminslag,
in Hoogeloon Pancratius tegen kinderziekten, in Casteren Elisabeth tegen
kinkhoest, Hooge Mierde heeft Sint Cornelis tegen de stuipen, Steensel
Lucia tegen keelpijn en Westerhoven Valentinus tegen de vallende ziekte.
De litanie is nog veel langer, al moet er worden bijvermeld dat gespecialiseerde
artsen en bliksemafleiders de taak van de vroeger heiligen grotendeels
hebben overgenomen.
Zelf ben ik opgegroeid tussen de heilgen. Bij ons thuis stonden hun
beelden op de kast en hingen hun childerijen aan de muur. En dat was
overal zo, in welk huis je ook kwam. En in de kerk waren er nog meer.
Tegen elke pilaar stond er eén en op de zijaltaren nog meer.
Wij hadden vroeger met ons gezin een bank tegenover een beeld van een
heilige bisschop. Alles bij elkaar heb ik daar uren naar zitten kijken
als ik door mijn kerkboekje heen was of als de patoor wat lang preekte.
en menigmaal heb ik verlangd en gebeden ook zo'n bisschop te kunnen
worden. Vroeg of laat wordt elk gebed verhoord, en twintig jaar lang
leek ik in de eerste week van december sprekend op dat beeld in de kerk.
Mijn enige teleurstelling was dan dat ik niet de verheven gedachten
koesterde die ik in de heilige van dat beeld veronderstelde.
Een keer zat ik onder het lof in een andere bank aan de voeten van het
beeld van de heilige Apollonia, patrones tegen de tandpijn. Het was een
prachtig beeld met een blauwe mantel en gouden schoentjes waar de tenen
nog net even uitstaken. Ik was toen twaalf jaar en ontdekte aan dat
beeld dat er twee soorten mensen zijn en dat het de moeite waard was
eens naar eén van de dochters van Eva te kijken, ook al was die
heilig.
Maar de meeste heiligen waren toch te vinden in het winkeltje van Mie
de koster achter de kerk. Daar stonden ze allemaal in keurige groepen:
de bisschoppen en de pausen, de maagden en de martelaren, de belijders
en de kerkleraren. En midden daar tussenin stond Mie, die daarin handelde.
Ze stond midden tussen de gemeenschap der heiligen, waar de pastoor
wel eens over preekte. Maar zij wist ze beter aan de man of vrouw te
brengen dan welke predikant ook. Daar kon het Vaticaan nog iets van
leren.
Peer Dankers kwam binnen en zei:"Mie, ik wou dat het regende, heel
mijn oogst gaat eraan als het zo droog blijft."
"Peer" zei Mie:"ge moest eens een beeldje kopen van een
weerheilige. Hier is Donatus, maar die raad ik je niet aan; daar komt
altijd onweer bij te pas en gedonder. Maar misschien Margriet, of toch
niet, want dan regent het zes weken lang. Wat jij nodig hebt Peer is
een heilige die het gestaag en een beetje lui laat regenen. Gij moet
een beeldje vatten van Sint Jan. Daarvan zei onze grootvader al: 'Sint
Jan dat is een regenman.' Hij kost eigenlijk 3 gulden maar met deze
droogte krijg je hem voor een rijksdaalder." En Peer kocht.
Kijk, dat is nog eens een manier om de mensen in contact te brengen
met de heiligen, de erflaters van onze beschaving.
Hanneke Blankers klaagde tegen Mie over de onveiligheid in de werkeld:"Ge
kunt nergens meer gerust zijn, Mie, overal kunnen ze u aanvallen of
beroven, om over aanranden nog maar te zwijgen. Ik weet niet wat ik
er tegen moet doen; ik ben dag en nacht gewoon bang. Ik durf maar amper
nog te slapen."
"Hanneke, daar heb ik iets tegen", antwoordde Mie rustig.
"Gij moet een beeldje kopen van de engelbewaarder en omdat ge zo
bang bent zou ik zeggen, moet je er twee aanschaffen. Dat treft trouwens
goed, ze zijn deze week in de aanbieding; de tweede is voor half geld."
Ik ging een paar keer kerstkaarten kopen toen Mie me aansprak met:"Maar
jongen, wat ben jij toch groot geworden! Dat komt ervan als ge studeert.
Mag ik jou een goeie raad geven? Ge moet een beeldje kopen van de heilige
Paulus. Dat was ook een geleerde. Die schreef brieven en niet zo maar
aan eén kantje vol. Nee, er zijn nog brieven van hem bewaard
gebleven van twintig of meer kantjes. Mijn man zaliger schreef onder
de mobilisatie ook wel eens brieven naar mij. maar dat was zo maar een
velleke vol en ooit kon ik het maar amper lezen, al bedoelde hij 't
wel goed, onze Janus." MIe pinkte een traan weg en ging in eén
adem door:"Kijk, hier heb ik een mooi beeldje van de heilige Paulus,
die geleerde brievenschrijver. Het kost eigenlijk 3 gulden maar nou
bij de opruiming gaat er 1 gulden af."
"Mie", zeg ik, "dat is een heel aardig beeldje maar het
kopke is eraf en weer erop geplakt," Mie keek me verontaardigd
aan. "Natuurlijk is dat kopke eraf", zei ze," leren ze
jullie dan niks meer op school? De heilige Paulus is onthoofd, dat moest
jij toch weten. En in de hemel kunnen ze dat wel met een wonder weer
in orde maken, maar ik moet het met plak doen".
Ik heb Paulus ondanks alles niet gekocht. Maar toen ik een maand later
jarig was, kwam mijn peettante me verrassen. Ik herkende het doosje
en ja hoor: het was Sint Paulus.
Gaudeamus, laten we ons verheugen dat het Allerheiligen is.
Jan van Hout
Uit: Van Kerstkind tot Sinterklaas, verhalen uit de Acht Zaligheden.
Uitgeverij Abdij van Berne, Heeswijk 1999
ISBN 90 76242 127