Honger in Myra
Hongersnood in Myra We schrijven het jaar 340. Meer
dan 1650 jaar geleden dus. De plaats waar we het over willen hebben
heet Myra, een stadje aan de zuidkust van Turkijke. De inwoners verdienden
de kost voornamelijk met vissen. Daarnaast was er een kleine middenstand
van nergingdoenden. En tot slot wa een aantal Myranezen boer.
Over die groep gaat het hier.
De oogst was al een paar jaar op rij mislukt. Het gevolg waws een schrijnenden armoe onder de boerenbevolking en ook een tekort aan voedsel voor iedereen. Dat laatste was niet altijd even erg. In het visseizoen behliep men zich met wat in zee gevangen werd. Dat was wel eenzijdig, maar de honger werd gestild en men kon blijven leven. Erger was het inde winter als de visserij stil lag. Dan sloegen honger en ellende toe bij de hele bevolking. Over invoer uit andere landen hoefde men niet te denken. Zover was de handel in die tijd nog niet georganiseerd.
Nu woonde inh Myra in die tijd ook een bisschop, die de naam droeg van Nicolaas. Hij was hoog geacht bijde bevolking en men ging met allerlei problemen naar hem toe. Meestal werd een oplossing gevonden. Zo ware er ook nu al heel wat hongerenden aan zijn deur geweest. Nicolaas hielp wat hij kon, maar ook zijn voorraad raakte op. De bisschop wist ook niet meer wat te doen. Op een zondag preekte hij dat de mensen tot het laatst toe met elkaar moesten delen. En dat, in het uiterste geval, een hongerlijder gerust een brood mocht nemen van wie in overvloed leefde. Meer bisschoppen hebben dat verkondigd. Maar hier in Myra washet een loze kreet. Niemand had overvloed. Nu is het een oude gewoonte in de kerk om in tijden van grote nood een processie te houden om Gods hulp af te smeken. Zo ook hier. De processie was gepland op zondagmiddag van de 6de december 340.
Voorop liep een boer die een vaandal droeg, zijn naam was Cyrillus en hij stond bekend als onvermoeibaar en als een doorzetter. Dan volgden biddende mannen en vrouwen. De stoet werd afgesloten door de bisschop die in vol ornaat met staf en mijter meeliep. De processie trok door alle straten van Myra en kwam met Cyrillus voorop tenstlotte aan op het strand van de Middelandse zee. Daar waaide het hard en de wind was guur. De meeste processiegangers hoopten dat Cyrillus gauw rechtsomkeer zou maken en teruggaan naar de kerk. Dan zouden ze maar zien hoe het verder moest met de honger. Maar Cyrillus was een koppige boer die met zijn vaandel op en neer bleef lopen op het strand. Toen was het al zo dat een boer die een vaandal draagt zich door niks en niemand laat tegenhouden.
De bisschop stond stil op het strand en tuurde over de zee. Men hoorde hem luidkeels om hulp roepen. Biddend stak hij zijn armen uitn aar de hemel. De harde wind ging langzamerhand over in storm. Ook Cyrillus had de grootste moeite zijn vaandel in bedwang te houden. De lucht werd zwart en de storm leek wel een orkaan te worden. Ineens stond de processie stil en de mannen wezen naar de zee. In de verte verscheen een boot die op en neer geslingerd werd in de golven. Die vergaat, zeiden de ervaren schippers. Tegen die woeste zee kan ie niet op. Ook Cyrillus stond nu stil. Hij had zijn vaandel opgerold en staarde over de golven. Het enige geluid dat nog te horen was, behalve het gebulder van de wind, was het luide bidden van de bisschop. De boot kwam dichterbij en naderde het strand tot op vijftig meter. Daar bleef hij vastzitten. Muurvast en onbeweeglijk. Boven de reling verscheen de schipper. Hij riep iets, maar niemand kon hem verstaan. Een paar ervaren schippers liepen het water in om bij de boot te komen en tenminste de schipper te redden. Even later kwamen ze terug met de boodschap dat de boot geladen was met graan en dat dit zo vlug mogelijk gelost moest worden. Anders zou het wellicht verloren gaan in de zee of als de boot het hield, toch minstens bederven.
Zonder dat iemand merkte hoe het mogelijk was, ging de wind liggen. Vlugge handen in kleine bootjes slaagden er dan ook in een paar uur tijd de boot leeg te halen en de schipper van boord te doen komen. het volk zag toe vanaf de kust en de bisschop bad nog steeds. De volgende dag maalde de molen het koren tot meel en begonnen de bakkers weer te bakken. Myra was gered Dankzij, ja dank zij wat of wie? Sommigen dachten dat het gewoon toeval was. Anderen zeiden dat het aan Cyrillus en zijn vaandel lag. Maar de meesten wisten wel beter. Het was voor de zoveelste keer de bisschop geweest die door zijn machtig gebed en zijn volhardend vertrouwen de stad van de hongerdood had gered.
Geen wonder dat na zijn dood deze Nicolaas de patroon werd van de zeevaart
en daarmee van Amsterdam. En zodoende nog steeds vurig wordt vereerd
in ons kleine landje. En hoe ging het met de boot? Toen al het graan
eruit was bleef hij nog vier dagen vatzitten. En op een avond bij vloed
raakte de boot los. Hij was onbeschadgd, en de schipper kon er zo weer
mee verder varen. En werd dat graan ook betaald? Daarover vertelt het
oude verhaal niets. Maar ik vraag u: heeft Sinterklaas ooit iets gegeven
dat niet betaald was? Heeft ooit iemand gehoord of gezien dat Sinterklaas
oneerlijks was? Zo is het maar net!
Jan van Hout
Uit: Van Kerstkind tot Sinterklaas, verhalen uit de Acht Zaligheden
Uitgeverij Abdij van Berne, Heeswijk 1999
ISBN 90 76242 127