De dood van de verhalenverteller

Dit is het laatste verhaal van Jan van Hout. Hij schreef het enkele maanden voor zijn dood, toen hij had gehoord dat hij kanker had.
Het verhaal is door Mies voorgelezen op zijn begrafenis.

Toen de verhalenverteller oud was geworden en versleten, wilde hij nog eén laatste verhaal schrijven. Dat moest gaan over de dood, want over andere onderwerpen had hij al zo vaak een verhaal verteld.
Maar het wilde niet lukken.

"Anders vloeien de verhalen als vanzelf uit mijn pen" mompelde hij, "maar nu gaat het niet; dit is het moeilijkste verhaal van mijn leven."
Toen voelde hij een zachte tik op zijn schouder., Hij keek op en zag boven zich het gezicht van de Dood.
"Waar ben je mee bezig?", vroeg deze.
"Ik schrijf een verhaal over de dood", antwoordde de verhalenverteller, "maar het gaat niet zoals anders."
"Natuurlijk niet", zei de Dood, "over mij valt niets te vertellen; de dood is enkel een feit; dood is dood en niks anders. Daar schrijf je geen verhaal over, daar leg je je bij neer."
"Voor mij is de dood niet enkel een feit", sprak de verhalenverteller, "het is meer, maar ik kan daar niet de juiste woorden voor vinden."
"Dat hoef ook niet meer", antwoordde de Dood.
En op dat moment stond de verhalenverteller voor een gouden poort die langzaam open ging. Daarachter zat een oude man in een boek te schrijven. "Weest welkom" sprak deze en toen viel het de verhalenverteller op dat de man sprekend leek op het Petrusbeeld achter in de kerk, maar dan zonder kruis en zonder haan en ook veel vriendelijker.
"Vertel eens wat van je leven" nodigde Petrus uit.
En de verhalenverteller vertelde over zijn laatste moeilijke verhaal, en zijn laatste gesprek met de Dood.
Petrus keek hem begrijpend aan. "Dat is ook het moeilijkste verhaal" merkte hij op. 'Daar tobden wij tweeduizend jaar geleden ook al mee, toen de Heer was gestorven. Johannes en Lucas konden dat beter verwoorden dan Matteüs en Marcus, maar in al hun verhalen klinkt door dat de dood meer betekent dan enkel een feit, en het mooie is dat die verhalen nu al twintig eeuwen worden verteld en nog niets aan kracht hebben ingeboet."
"Ik zou al blij zijn als mijn verhaal het twintig jáár uithield", antwoordde de verhalenverteller.
Maar Petrus had zich al omgedraaid naar het grote boek dat op een lessenaar naast hem lag. 'Boek des Levens' stond met gouden lettters op de band. Hij sloeg het open, doopte zijn ganzenveer in een gouden inktpot, en schreef met sierlijke letters: 'Jan van Hout'.
Hoop ik.....
Jan van Hout