In memoriam Jan van Hout

Zaterdagnacht 2 maart 2002 om ongeveer half twee is in het Sint Jozefziekenhuis in Eindhoven Jan van Hout overleden. Hij stierf aan de complicaties bij het verwisselen van een catheter. Jan was al geruime tijd ziek. In november vorig jaar werden er twee catheter's bij hem geplaatst omdat zijn nieren niet meer goed functioneerden. Gisteren zouden die verwisseld worden voor dikkere. Tijdens die operatie is een nier beschadigd waarna er een inwendige bloeding optrad. De nier moest vervolgens weggehaald worden. Die ingreep heeft hij niet overleefd. Hij is niet meer bij kennis geweest, en aan het begin van de nacht gestorven. Annie en Dirk waren bij hem.

Jan van Hout was e¦n van de aardigste mensen die ik heb gekend. Zijn optimisme was onverwoestbaar, ook toen hij ernstig ziek was. Een week voor zijn dood bezochten we hem. Toen hadden we het huisje in Hooge Mierde gehuurd. Toen zat hij nog verhalen te vertellen tegen de kinderen. Over Duleke, het hulpje van de zandman. En over de Muizenvanger. Mies had de verhaaltjes uitgetypt, en er tekeningen bij gemaakt. Die heeft hij nog in ontwerp gezien.

Hij was toen al heel erg ziek. Na een bloedtransfusie kon hij bijna niet meer lopen, en het grootste deel van de tijd zat hij in zijn stoel. Zijn lichaam wilde niet meer. Alleen zijn geest was ongebroken. Toen we het over de komende gemeenteraadsverkiezingen hadden begon hij helemaal te glanzen, en verhalen te vertellen zoals hij altijd deed. Hij vertelde over de oud-wethouder van Schijndel die een tientje voor een wereldbol op school te veel vond, en die zich af vroeg of de school niet toe kon met een kleinere globe. Bijvoorbeeld met alleen Brabant erop. En hij las de kinderen nog voor. Jan van Hout zat altijd vol verhalen. Over het Laagend bij Oirschot waar hij als zoon van een straatarme maar eigenwijze boer geboren is. Hij vertelde over zijn vader, over de enorme gif spuit waarmee ze de beestjes in het fruit te lijf gingen. Over de wandelingen naar school, en de boterhammen die ze meekregen. Over het schommelpaard dat helemaal versleten was door e¦n van zijn zusjes. Hij vertelde altijd en overal over. Over de katholieke kerk. Over Sinterklaas. Over de heiligen. Over Hapert. Vertellen, vertellen, vertellen. Een leven vol verhalen.

En altijd optimistisch. Overal zag hij wel een positieve kant in. In iedereen zag hij het goeie. Alles kon hij relativeren. Altijd klaar met zijn uitgestoken hand. " Dag Jan" kwam hij op je af. "Dag Mieske" "En hoe is het met Koen. Die Koen, dat is me er e¦n En Auke. En kijk, daar is Anna. Die Anna, daar zullen we wat mee beleven".

De laatste keer dat ik hem heb gezien was de dag voor ons vertrek uit Hooge Mierde. Mies was met Koen naar Hapert gefietst, ik was met Anna en Auke in de auto gekomen. Terug zou Anna fietsen. 12 kilometer lang, een hele tocht voor zo'n kleine meid. Het vertrek uit Hapert was zoals altijd druk en rommelig. De kinderen zaten al in de auto, ik liep nog snel even door het huis om te kijken of we alle beren en knuffels en legostukjes weer mee hadden. Jan was in de bank blijven zitten. Hij kon niet meer opstaan om ons uit te zwaaien. Ik gaf hem nog een hand. 'Tot ziens" zeiden we tegen elkaar. Ik heb hem niet meer in leven gezien.

Hij heeft een goed leven gehad, vindt Mies. En dat is ook zo. Hij is van ver gekomen en hij heeft veel meegenomen. We zullen hem nooit vergeten.