Een vette skatemiddag
In april 2005 deed Anna mee via school mee met een schrijfwedstrijd. Ze schreef het volgende skateverhaal
Het was zaterdag zo rond 12 uur, we waren aan het eten toen de bel ging. Ik deed open en daar stond Nienke in de deuropening. Willen jij en Koen (mijn broertje) met mij en Anko (haar broertje) gaan skaten? Vroeg ze aan me. Even vragen zei ik. Ik liep naar de tafel terug en vroeg: Koen, wil jij met mij, Anko en Nienke skaten door het dorp? Ja, hoor, zei Koen. Mag dat? vroeg ik aan mama. Ja, hoor, maar we zijn nu nog aan het eten. Maar we halen ze op. O, dan is het goed. Dan wil ik ook mee, riep Auke (ook een broertje van me). Nou vooruit dan, maar dan moeten Koen en ik ieder ÈÈn skeeler aan. Maar dat kan wel. En zo gezegd, zo gedaan.
Na een half uurtje had iedereen aan wat nodig was en we gingen op weg. We haalden Nienke en Anko op en gingen naar woonwijk: de Arlo. Ik ging voorop. We kwamen langs het speeltuintje en moesten steeds wachten op Auke, want hij was per skateboard. Anko ging nu voorop want hij was per fiets. Hierna gingen we naar school. We gingen het schoolplein op om daar op Auke te wachten. Want die was weer eens achter geraakt. Zolang hij er niet was bleven: Koen, Anko, Nienke en ik gewoon op het schoolplein. Toen hij er aankwam wachtten we even en daarna gingen we weg met Auke. Maar we spraken wel af dat we hier niets over zouden zeggen. En zo gingen we weer verder. Tot Auke opeens wegholde met zijn skateboard onder zijn arm. We verstopten ons achter een heg in een zijstraat waar we via een klein pad dat de twee straten met elkaar verbond waren gekomen. Auke had ons echter al snel gevonden.
We gingen verder en kwamen langs Jan (een jongen uit mijn klas). Die heeft een hele lieve hond die Floor heet. We bleven even bij haar en aaiden haar. Auke had daar alleen geen zin in en verstopte zich steeds voor ons als we naar hem keken (want we zagen hem wel). We gingen opnieuw het paadje in en verstopte ons in de bosjes bij de dichtstbijzijnde speeltuin. Auke skaeboarde voorbij en ging een zijpad in . Maar die liep vlak langs de bosjes waar wij ons verstopten en hij zag me zitten. HÈ, wat doen jullie nou? Vroeg hij aan me. Nou, jij verstopte je voor ons. Nu verstoppen wij ons voor jou, antwoordde ik. De anderen waren ook dichterbij gekomen. Dat is niet waar, riep Auke. Welles, riep Nienke. Ja, dat hebben we toch zelf gezien, riep Koen. Ho, ho zei ik. Laten we even iets anders gaan doen. Ik weet nog wel een spel. En dat deden we. Maar toen we er geen zin meer in hadden gingen we gewoon verder.
We kwamen langs de vijver en gingen op een bankje zitten uitrusten. Daarna brachten ik, Auke en Koen: Nienke en Anko naar huis. We gingen zelf toen ook. In het kort: het was een vette middag.