Schiermonnikoog 2006
Wadlopen. Vanuit het beozkerscentrum worden excursies georganiseerd. We gaan een keertje mee wadlopen. En dat is hartstikke leuk. Maar we worden wel heel vies.
De excursie begitn met uitleg. Wat is wad. Waarom stinkt het. Wat zit er in het wad.
De basisdingen. Om goed uit te leggen wat het wad is worden via de toeristische
route geleid. Dat wil zeggen dat we zo slikkerig mogelijk gaan. En dat we geregeld
vast komen te zitten.
We moeten in het slik graven: dan zien we dat het van boven bruin is en daar onder
grijs. behalve op de plekken waar wormen gaatjes hebben gemaakt. Dat heeft te maken
met anearobe bacteriën. In het slib zelf zit nauwelijks zuurstof, en daardoor
kunnen er alleen zwavelbacteriën leven. En die zorgen ervoor dat alles naar rotte
eieren ruikt.
En dan moeten we natuurlijk ook op zoek naar wormen en zeeduizendpoten. We vinden
verschillende soorten en dat is leuk want die had ik eigenlijk nog nooit gezien.
We zien een wadpier, een zeeduizendpoot, nog een kleine dunne worm en we zien
hoe kokkels zich ingraven. Hier laat Auke de modder in zijn handen zien.
Auke is eén van de dragers van het garnalennet. Ik probeer iedereen zo schoon
mogelijk te houden. Maar hoe doe je dat als je je net in de modder legt (en een
hekel hebt aan vieze handen? Waar maak je die schoon? En wat vindt Mies er van?)
We zijn bij de geul aangekomen die vanuit de Grote Siege naar de jachthaven loopt.
Hier gaan we krabben vangen. Als je goed kijkt zie je het hoogteverschil met het wad:
misschien wel een halve meter.
De techniek die we leren is als volgt: je gaat zo diep mogelijk de geul in, en rent
dan zo snel mogelijk door het water. Dan zit het net vol. Net als je laarzen - maar
dat is niet erg. Anna demonstreert.
En hier kunnen we onze vangsten laten zien.
Auke en Koen zijn natuurlijk ook uiterst bedreven in het vangen van krabben.
De excursieleidster met twee krabben in de handen. We krijgen uitleg over de
verschillende soorten en over het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes. We vinden
zelfs een parend stel (en dat is heel bijzonder). Ook komen we erachter waarom er
zoveel krabben zijn die poten missen. Dat zijn mannetjes die op zoek zijn geweest
naar een vrouwtje maar die de pech hebben gehad een groter mannetje tegen te komen.
En als een krab allebei zijn voorpoten mist, dan gaat hij dood van de honger.
Sneu.
En dit is het wad, het wijde wad. Mooi.