Naar de Gletsjer

"Het is alsof hij boven het dal je uit ligt te lachen" zegt Anna. "Zo van lekker puh, je kunt er toch niet komen". En dan vertelt ze het verhaal dat we haar een keer hebben vertelt over Los Mallos in Spanje - de drakentanden waar Mies en ik naar toe wilden maar die we niet haalden omdat het te warm was, en die ons toen vanuit onze hotelkamer aankeken. We zouden de gletsjer gaan beklimmen met het gezin van Jonas. Maar achteraf vonden we zijn vader en moeder te onbesuisd. En dus hadden we spijt van onze afspraak. Halverwege de klim was een glettersteig. Een ketting. En we vroegen ons af of dat niet te gevaarlijk was. Of we de klim wel moesten maken. Dus zouden we niet gaan. Maar wilden wel. En gingen.

naar de gletsjer We zijn het bos uit. En rusten bij de wegwijzer. Nog drie uur lopen naar de hut - staat erop. Maar zover komen we niet. We zijn hier nog met z'n allen. Zometeen moet Koen opgeven: hij loopt te wankelen op zijn voeten en keert met Mies en Auke terug.

naar de gletsjer Anna wil niet opgeven. Ze wil verder. "Dan wil ik en wil ik en wil ik" vertelt ze later: "dan wil ik naar boven. En dan heb ik geen tijd om te dagdromen." Lacht: "dat heb je ervan, als je koppig bent". En zo gaan we hoger.

naar de gletsjer We passeren de grote steen. Vanaf de camping zie je hem liggen. Een dikke steen, denk je. Maar in werkelijkheid is het een geweldige rots. Daar blijkt ook de klettersteig. Maar we nemen de linkse route, en passeren de rots zonder Kletter of steig. Pas als we erboven komen zien we hem liggen: een ketting.

naar de gletsjer We gaan de rots voorbij, de brug over. Het pad richting hut. Eigenlijk is dit ons verste punt. Naar de hut is gekkenwerk, en we gaan terug.

naar de gletsjer Maar we gaan nog niet naar beneden. We lopen nog iets verder richting de gletsjer - tot we boven de gletsjermond zijn.

naar de gletsjer En dit is de gletsjermond: hier komt de rivier de gletsjer uit. De gletsjer zelf is hier nauwelijks te zien: hij is helemaal bedekt met stenen en gruis. Maar we zien dikke spleten lopen. En vinden het te gevaarlijk er op te gaan.

naar de gletsjer We houden op. "Toen jullie vroegen" zegt Anna "of ik tevreden zou zijn als we bij de grote rots kwamen zei ik ja. Maar eigenlijk wilde ik nog verder.