Terschelling 2004
17 juli. De aankomst. Dat was er eentje met donder en geweld: vrijwel de hele overtocht woedde een hevig onweer boven de
Waddenzee met knallende bliksemflitsen en enorme slagregens. En we zaten ons dus aardig op te vreten, op de boot. Ook al omdat
de overtocht naar Terschelling veel langer duurde dan we hadden gedacht: een uurtje, hadden we in ons hoofd, maar dat zijn er bijna twee.
We vertrokken om kwart voor acht 's avonds uit de haven van Harlingen, en liepen tegen tienen binnen bij Terschelling. En toen werd
het ineens droog en konden we onze tent toch opzetten (al moest dat in het donker gebeuren).
Dit is op het autodek. Als je heel goed kijkt zie je achter de bumper Mies staan. Vooraan de neus van de auto.
Mies was met de kinderen in de trein gekomen, Jan had de auto gereden. We waren zonder karretje gegaan "want het is al duur genoeg".
En dus moest de hele auto vol geladen worden. En dat zat_ie: stampvol. De kofferbak, de achterbank, de passagiersstoel,
alles zat vol. En dan ook nog drie fietsen op het dak en twee erachter...
En dan zijn we in zee. De eerste dagen was het nog niet echt mooi weer - maar natuurlijk moesten we wel naar zee. Gewoon een
uurjte met je voeten in zee staan terwijl het water het zand er onder wegzuigt en de branding tegen je benen bruist..
Hier zijn we op het wad, bij de Dellewal. Auke zoekt naar krabben tussen de basaltblokken en het wier. Slijk tussen je tenen.
En dit is hem dan: de wadkrab. Later leerden we dat je ze aan hun achterwerk kunt vasthouden en dan hebben ze niks meer
aan die dreigende scharen.../p>
Na die eerste paar frisse dagen werd het al gauw mooi weer ("we klagen niet!") en dus waren we heel veel aan het strand..